Recensies Collegiale consultatie

Recensies Collegiale consultatie en coaching. Een model voor het coachingsgesprek

ISBN 9024414539
112 pag. |  Zesde druk 2012 |  € 17,50

tekening
Illlustratie: Beatrijs van den Bos

Schoolbestuur
“Wat wordt er eigenlijk bedoeld met collegiale consultatie? Wat is communicatie eigenlijk en wat is een netwerk? Speelt dit ook in het onderwijs? Deze vragen worden beantwoord in het handzame, leuk geïllustreerde en prettig leesbare boek van Jeroen Hendriksen. Met elkaar praten en elkaar helpen is ouder dan de weg naar Rome, aldus Jeroen Hendriksen in zijn boek “Collegiale consultatie, consult vragen, consult geven”. Iedereen heeft op het werk wel een maatje om bij uit te huilen of te mopperen. Gesteund door diens opgewekte woord kun je weer even verder.

Hendriksen is parttime directeur van de Academie voor Haptonomie in Doorn, organisatie-adviseur en trainer op het gebied van communicatie. Hij gebruikt allerlei elementen uit de psychiatrie en psychotherapie om het begrip communicatie op het werk te verhelderen. In zijn inleiding geeft hij aan dat hieraan lange tijd geen structuur is gegeven totdat de Amerikaanse psychiater Gerald Caplan bij zijn werk in Israël ontdekte dat je beter met sleutelfiguren in een organisatie kon praten dan met iedere medewerker of cliënt apart in een onderonsje.

Caplan werkte in de opvang van immigrantenkinderen in de nieuwe staat Israël. Daar merkte hij dat een deel van de problemen te herleiden was naar de groepsleiders en de visie van het tehuis op het omgaan met de problemen. Hij concludeerde dat het het meest efficiënt was om het gebrek aan kennis en vaardigheden dat hij constateerde, te bespreken met de begeleiders en niet de oplossing te zoeken bij de groep kinderen. Hij onwikkelende vervolgens een consultatietechniek die Hendriksen op een rijtje zet.
In zijn boekje betoogt Hendriksen dat collegiale consultatie in haar eenvoud doeltreffend kan zijn. Er moet echter wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden: tijd en rust nemen voor het consultgesprek, het gesprek op adequate wijze voeren met behulp van een aantal communicatieregels en een netwerk voor consultatie ontwikkelen.

De meest recente ontwikkelingen in de supervisiewereld geven aan dat collegiale consultatie meer en meer gezien wordt als een probleemoplossend of op advies gericht middel. In onderwijskringen definieert De Hoop in 1998 collegiale consultatie als “een bepaalde vorm van deskundigheidsbevordering, waarbij collega’s met ongeveer gelijke status en beroepsuitoefening en in collegiaal opzicht gelijkwaardig, wederzijds doelgericht leren van elkaars onderwijskundige ervaringen in de dagelijkse les- en begeleidingspraktijk”.
Van collegiale consultatie is volgens Hendriksen sprake wanneer twee collega’s met elkaar een gesprek aangaan om actuele werkvragen te bespreken. Dit kan door middel van uitwisseling van denkbeelden, gerichte advisering en probleemoplossing, elkaar te onderwijzen, vaardigheden aan te leren of te reflecteren. De gespreksrelatie gelijkwaardig van aard en vertrouwelijk van karakter.

In het tweede hoofdstuk gaat Hendriksen uitgebreid in op het onderwerp netwerken, de toegevoegde waarde bij consultatie. Leuk om te lezen en om te zien is hier de beschreven techniek “mindmapping”. Het is een simpele techniek: op het midden van een stuk papier schrijf je de vraag op. Vervolgens ga je met behulp van bolletjes, tekeningetjes etc. al brainstormend je gedacht vrijuit verzamelen. Op deze wijze krijg je scherp in beeld hoe je netwerk eruit ziet en waar de witte plekken zich voordoen. Door middel van een sterkte/zwakte-analyse krijg je goed in beeld hoe het met je eigen netwerk gesteld is: de onderhoudsbeurt van het netwerk.

Het derde hoofdstuk gaat over kernthema’s die voor de gespreksvoering in collegiale consultatie van belang zijn en aansluiten op het in het eerste hoofdstuk behandelde gespreksmodel zoals lichaamstaal (65 procent van onze communicatie heet plaats via lichaamstaal) en feedback.

In hoofdstuk vier beschrijft Hendriksen de proceskant van het gesprek als een soort (niet verplichte) verdiepingsstof. Hij bespreekt hierbij de methodiek van de themagecentreerde interactie (TGI) van Ruth Cohn. De vier hulpregels van TGI zijn: 1) wees terughoudend met generaliseren, 2) wees selectief en authentiek in je communicatie, 3) wees terughoudend met interpreteren en spreek in plaats daarvan je persoonlijke reacties uit en 4) let op signalen van je lichaam. Hendriksen geeft (schematisch) aan op welke wijze TGI een rol kan spelen om het gesprek te structureren. In het laatste hoofdstuk wordt aandacht gegeven aan een voorbeeldtraining in collegiale consultatie. De onderdelen hieruit kunnen als aparte oefeningen worden gebruikt.

Alle hoofdstukken worden afgesloten met een praktische samenvattende checklist en een aantal oefeningen. Op de achterflap van het boek staat terecht dat het geschreven is voor een breed publiek, zowel profit als non-profit. Docenten, studenten, maar ook schoolbestuurders en management kunnen hun voordeel doen met de beschreven methoden en technieken. Altijd goed voor een nog beter (gestructureerd) gesprek.
Uit: Schoolbestuur, 20, nummer 6, juni/juli 2000

Zorg en welzijn
Bij collegiale consultatie roept de consultvrager hulp en advies in van een deskundige collega. De consultvrager kan een volgende keer zelf de consultgever zijn. Deze werkwijze is volgens organisatieadviseur Jeroen Hendriksen een goedkoop alternatief voor andere begeleidingsvormen als coaching, mentoring en intervisie. Naast een korte inwijding in het centrale begrip bevat het boekje checklisten en oefeningen zodat de lezer zich de methodiek van collegiale consultatie kan eigen maken. Belangrijk volgens Hendriksen is dat het advies geven en vragen gebeurt in een gestructureerd gesprek zodat beide partijen er ook echt iets aan hebben. Communicatie is het toverwoord, aldus Hendriksen. Zijn ervaring is dat dit vaker fout dan goed gaat. “Die verschrikkelijk eenvoudige communicatie”, luidt dan ook de ironische titel van een hoofdstuk. Een greep uit de slordigheden die we in ons dagelijks bestaan begaan. “We begrijpen de ander niet, luisteren niet, slaan geen acht op non-verbaal gedrag, nemen geen tijd, interpreteren te snel en nog foutief ook, enzovoort, enzovoort.” De eisen van een informatief gesprek zijn echter: zeg het hoogst noodzakelijke en niet meer dan dat, spreek de waarheid, wees relevant, wees duidelijk. Niemand praat volgens Hendriksen echter volgens deze regels. Terwijl dat volgens de organisatieadviseur wel noodzakelijk is om elkaar als collega;s eerlijk advies en feedback te geven.
Uit: Zorg+Welzijn nummer 13, augustus 2000


Manager & Literatuur
“Waar twee wandelen, is er een de leraar”, is een oud gezegde. Bij collegiale consultatie roept de consultvrager hulp en advies in van een deskundige collega. De consultvrager kan een volgende keer zelf de consultgever zijn. Deze werkwijze vraagt om een stevig netwerk in en buiten de organisatie. Daarnaast moeten consultvrager en consultgever zich een aantal gespreksvaardigheden eigen maken die helpen om een goed gestructureerd gesprek te voeren. Op deze wijze kan collegiale consultatie een niet meer weg te denken, relatief eenvoudige en goedkope methodiek worden die gehanteerd wordt naast andere begeleidingsvormen zoals coaching, mentoring en intervisie. Hendriksen beschrijft in dit praktijkboek mogelijkheden om collegiale consultatie tot systematisch geheel te ontwikkelen. Het boek bevat een groot aantal oefeningen die als complete training worden aangeboden. Tevens wordt ieder hoofdstuk besloten met een checklist en een aantal voorbeelden. “Collegiale consultatie” is geschreven voor een breed publiek, profit zowel als non-profit. Trainers en opleiders, managers en staffunctionarissen (bijvoorbeeld in het personeelswerk), coaches, docenten en studenten kunnen hun voordeel doen met deze inzichtelijk en praktisch uitgewerkte methode.
Uit: Manager & Literatuur, nummer 2, november 2000

ZM
Consultatie als inputverrijking onder gelijkwaardigen is de thematiek van dit boekwerkje. Na een inleiding over achtergronden en mogelijkheden worden netwerken, de toegevoegde waarde van consultatie, de communicatie hierbij, de balans in de dialoog (die consultatie is), en het oefenen en trainen van consultatie besproken. Elk hoofdstuk heeft een checklist en oefeningen. Praktisch voor consultatieaangevers en -vragers.
Uit: ZM, nummer 11, november 2000

Markant
Waar twee wandelen, is er een de leraar; deze wijze uitspraak van Socrates is het motto van het boek “Collegiale consultatie. Consult vragen, consult geven”. Auteur Jeroen Hendriksen kent duidelijk zijn klassieken. Helder en bondig zet hij uiteen wat de mogelijkheden zijn van het consulteren van een collega, wat de toegevoegde waarde ervan is en hoe deze vorm van begeleiding tot een “systematisch geheel” ontwikkeld kan worden.
Uit: Markant, 5, nummer 9, november 2000

Nieuwsbrief dagbesteding
Jeroen Hendriksen is bekend van verschillende uitgaven op het gebied van intervisie. Zijn boeken kenmerken zich door een heel praktische opzet en zijn in begrijpelijke taal geschreven. Daardoor zij ze zeer geschikt voor onderwijsdoeleinden en voor functionarissen op diverse niveaus. De nieuwste uitgave gaat over consult vragen en consult geven. Bij collegiale consultatie roept de consultvrager hulp en advies in van een deskundige collega. De consultvrager kan een volgende keer zelf de consultgever zijn. Deze werkwijze vraagt volgens Hendriksen om een stevig netwerk in (en buiten) de organisatie en om goede gespreksvaardigheden. In “Collegiale consultatie” beschrijft de auteur de mogelijkheden om deze methodiek systematisch toe te passen. De vijf hoofdstukken behandelen achtereenvolgens:
– collegiale consultatie: achtergronden en mogelijkheden
– netwerken, de toegevoegde waarde bij consultatie
– die “verschrikkelijk eenvoudige” communicatie
– de dialoog in balans
– collegiale consultatie oefenen en trainen

Vooral de oefeningen maken het boek geschikt voor gebruik tijdens trainingen collegiale consultatie. En dat trainen is belangrijk. Net als coaching en intervisie (het verschil met collegiale consultatie wordt overigens heel kort maar helder geschetst) vraagt collegiale consultatie om de nodige vaardigheid en die leer je niet uit een boek. Lezing van het boek is een goede oriëntatie op het thema, gebruik als werkboek bij een training is een aanzienlijk effectievere benadering. Een belangrijk voordeel van vaardigheid in collegiale consultatie blijft enigszins ondergeschikt; anders dan bij bijvoorbeeld intervisie vraagt collegiale consultatie niet om een vaste groep, een vaste frequentie en vooraf vastgestelde tijdsinvestering. Wanneer proffesionals het collegiaal consulteren (vragen en geven) beheersen, maken ze effectiever gebruik van elkaars ervaringsdeskundigheid en passen ze die inzichten en vaardigheden ook toe op momenten die wellicht niet eens als collegiale consultatie worden ervaren. Een basis voor een collegiale/begeleidingsattitude, zoals coaching dat ook zou moeten zijn.
Uit: Nieuwsbrief dagbesteding, jaargang 5, nummer 1, maart 2001

Recensie Werkboek Intervisie

Zorg en welzijn
Intervisie. Klinkt interessant, maar wat houdt dat in? Volgens de auteur gaat het bij intervisie om een werkprobleem dat voorgelegd wordt aan een aantal collega’s met de vraag het probleem te analyseren en van een advies te voorzien. Hierbij draait het om het leren van elkaar. Als bijvoorbeeld een werknemer heel hard zijn best heeft gedaan en zijn werk wordt vervolgens door zijn baas afgekraakt omdat dit niet aan de eisen voldeed, kan dit wrijving geven. De werkgever uit zijn woede bij een collega onder het genot van een kop koffie. Na een aantal weken komen ze elkaar weer tegen in de intervisiegroep. Daar komt naar voren dat de werknemer misschien niet goed heeft geluisterd. Als hij dit probleem herkent, kan hij in het vervolg zijn opdrachten op een velletje papier krijgen. In het “Werkboek intervisie” zijn twintig verschillende werkvormen beschreven. Tevens staan er oefeningen en methoden die het intervisieproces op maat ondersteunen. Bij elke oefening staat nauwkeurig beschreven wat er van een groep en de begeleider wordt verwacht. Dit werkboek is bedoeld als aanvulling op het vorige boek van de auteur genaamd “Intervisie bij werkproblemen”. Het werkboek kan door iedereen die behoefte heeft aan intervisie gebruikt worden. Zo kunnen onder andere studenten, docenten, coaches en trainers zich verrijken door het uitwisselen van kennis. Het is wel van belang dat afspraken over bijeenkomsten worden gemaakt. Als achteraf een derde van de groep komt opdagen is dit niet bevorderlijk voor intervisie.
Uit: Zorg en welzijn, nummer 9, mei 2002

Manager en literatuur
Dit werkboek bundelt 20 verschillende werkvormen voor beginnende en meer gevorderde intervisiegroepen. Deelnemers aan intervisiegroepen, zowel in de profit als in de non-profitsector, krijgen in dit boek op een compacte en overzichtelijke wijze praktische handreikingen aangeboden. Dit handboek is te zien als de aanvulling op het eerder verschenen boek “Intervisie bij werkproblemen” van dezelfde auteur. Hendriksen presenteert in dit “Werkboek intervisie” oefeningen, werkvormen en methoden die het intervisieproces faciliteren. Het is een praktijkboek dat de mogelijkheid biedt een veelheid aan intervisiewerkvormen op maat te introduceren in een beginnende of meer gevorderde intervisiegroep. Het boek is tot stand gekomen op basis van vele cursussen en trainingen die de auteur de afgelopen vijf jaar heeft gegeven aan zeer gevarieerde groepen deelnemers. Steeds werd in deze groepen de vraag gesteld: geeft ons concreet materiaal zodat wij zelfstandig ons eigen intervisietraject structuur kunnen geven en optimale resultaten kunnen behalen. Het boek is dan ook opgebouwd als een gereedschapskist. Werkvormen zijn te combineren en er staan suggesties in om eigen ideeën vorm te geven. Het is dus een werkboek met een dubbele gebruiksmogelijkheid.
Uit: Manager en literatuur, mei 2002

Onderwijsblad
Jeroen Hendriksen houdt zich bezig met activiteiten op gebied van training opleiding en intervisie. Over het laatste onderwerp heeft hij een boek geschreven: Werkboek Intervisie als aanvulling op het eerder verschenen Intervisie bij werkproblemen. Het werkboek is bestemd voor een ieder die aan intervisie doet of wil doen en geeft suggesties om eigen ideeën verder vorm te geven. In het boek staan voorbeelden van tot op de minuut uitgewerkte intervisiesessies.
Uit: Onderwijsblad, nummer 13, juni 2002

Recensie Cirkelen rond Kolb

Recensies  Cirkelen rond Kolb. Begeleiden van leerprocessen

uit: Velon, Tijdschrift voor Lerarenopleiders, Jaargang 26 (2), april 2005)

Om verschillen in leergroepen te ontdekken en als ‘facilitator van leerprocessen’ heeft Hendriksen veel gebruik gemaakt van de leertest, deleercyclus en de theorie over de te onderscheiden leerstijlen van Kolb. Hendriksen coacht verschillende teams uit zowel het bedrijfsleven als de non-profit sector.

Dit boek is een neerslag van de theorie van Kolb en zijn vertaling daarvan in het praktisch handelen. In het eerste hoofdstuk komt de theorie van Kolb voor het voetlicht. Volgens de auteur is de theorie van Kolb inclusief het begrippenkader te vaak verkeerd vertaald en geïnterpreteerd waardoor het gaat lijken op een theezakje waarvan al tien keer thee is getrokken. ‘De tiende keer smaakt de thee niet meer naar thee, maar naar slootwater.’
Hendriksen blijft daarom zo dicht mogelijk bij de tekst en opvattingen van Kolb (rondcirkelen). Volgens hem is de meest wezenlijke bijdrage van Kolb het gegeven dat reflectie een noodzakelijke fase is in het leren. Niet minder waardevol maar wel minder rechtstreeks van Kolb afgeleid is de vervolgens gehanteerde definitie van reflectie Korthagen uit 20021. Van Kolb komt onder andere de leercyclus, de bronnen waarop hij zijn theorie baseert (Dewey, Piaget en Lewin), de leerstijlentest en het ontwikkelingsmodel aan bod.

In het tweede hoofdstuk wordt de theorie van Kolb vertaald naar de hedendaagse praktijk van managers, trainers en organisaties. ‘Wat leveren leertheorieën (naast Kolb wordt ook gebruik gemaakt van Schön en Argyris) uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw op voor de weerbarstige praktijk van alledag?’ (p. 13).

Het derde hoofdstuk is oefenstof die (voorde lezer) kan bijdragen aan bewustwording van wat leren is of zou kunnen betekenen. De nadruk ligt op het leren binnen organisaties maar het boek is ook vooral geschreven voor managers, leidinggevenden, coaches, adviseurs en consultants die het werken met teams zien als een ‘leerschool’ naar  zelfsturing. Omdat de meeste opleidingen een omslag maken naar competentiegericht leren waarbij zelfsturend leren cruciaal is, kan ‘Cirkelen rond Kolb’ nuttige informatie leveren voor al die opleiders die ook studieloopbanen van studenten moeten gaan begeleiden. Het geeft handige handreikingen voor bewustmaking bij studenten van hun eigen wijze van leren en hun vermogen tot zelfsturend leren.
(GG.)

Wat weten we van Kolb?

Uit: Weboeken.nl

In ‘Cirkelen rond Kolb’ neemt Jeroen Hendriksen de lezer mee in de opvattingen van de leerpsycholoog en pedagoog Kolb. Deze vermaarde wetenschapper heeft de ‘leerstijlen van Kolb’ ontwikkeld. Maar wat weten we daar eigenlijk van? Hendriksen ruimt een aantal misverstanden over het werk van Kolb uit de weg en laat vooral zien wat diens werk voor betekenis kan hebben voor het leren in organisaties.

Jeroen Hendriksen laat in ‘Cirkelen rond Kolb’ zien hoe de leercyclus van leerpsycholoog en pedagoog Kolb in elkaar zit. De verdienste van Kolb is geweest dat hij het onderwerp ‘leerstijlen’ op de kaart heeft gezet, waarbij het hem er vooral om ging dat de zogenaamde ‘leercyclus’ volledig doorlopen werd. Wie is er niet lastig gevallen met de vraag van een opleider om de kenmerken van je leerstijl in kaart te brengen, met de bijbehorende valkuilen? Die vier leerstijlen zijn bekende begrippen geworden: de doener, de dromer, de denker en de beslisser. Maar dan grijpt Hendriksen in: hij merkt op dat Kolb het nergens in zijn werk heeft over ‘de dromer’. Dat is een opmerkelijke constatering, want veel leerstijltesten – onder andere op het internet – spreken wel degelijk van ‘dromer’. Hendriksen heeft het standaardwerk van Kolb ‘Experiential Learning’ klaarblijkelijk grondig bestudeerd.

Het aantrekkelijke van ‘Cirkelen rond Kolb’ vind ik de opbouw van het boek. In het eerste hoofdstuk neemt Hendriksen de lezer mee in de totstandkoming van de leeropvattingen van Kolb. Hij illustreert dat Kolbs leercyclus geïnspireerd is door mensen als Piaget, Dewey, Lewin en Jung. In hetzelfde hoofdstuk wordt de lezer ‘getrakteerd’ op de leerstijlentest. Blijkbaar met een stevige knipoog van de auteur, want hij presenteert het als de essentie van het boek terwijl hij natuurlijk wel beter weet. In het tweede hoofdstuk laat Hendriksen zien wat de betekenis van het werk van Kolb kan zijn voor het leren in organisaties. Bekende begrippen als ‘single and double loop learning’, die afkomstig zijn uit de wereld van de ‘lerende organisatie’, worden hier vervolgens mee verbonden. Hendriksen doet dat op een eenvoudige maar doeltreffende wijze.

In het laatste hoofdstuk krijgt de lezer niet alleen de vier leerstijlen uitgelegd, hij krijgt tevens verschillende handelswijzen aangereikt om de leercyclus ‘rond’ te krijgen.

De leercyclus van Kolb is een interessante methode, hoewel die niet geheel onomstreden is. Het is goed dat Hendriksen dat ook vermeldt en zijn lezer ervan op de hoogte stelt dat wetenschappers het werk van Kolb ‘niet onderbouwd’ vinden. Het heeft de auteur er niet van weerhouden om een alleraardigst boekje met veel interessante wetenswaardigheden te schrijven.
Drs.C Roosen