Maatjes worden met de dood

door Jeroen Hendriksen

uit Emergo, no 2 zomer 2013 tijdschrift voor kankerpatiënten

Het zal U, lezer, niet veel anders vergaan dan mij. Als Waldenströmpatiënt zoek ik mij met vallen en opstaan een weg in mijn eigen proces om te leren leven met mijn ziekte. Ik kom daarbij allerlei vragen tegen: welk proces doorloopt mijn partner (en ik, en wij samen), wie kan mij helpen, wil/kan ik nog werken, sporten, reizen, hoe ontwikkelt mijn ziekte zich, zijn er nieuwe geneesmiddelen, hoe lang heb ik nog te leven? U herkent ze, ongetwijfeld. Al langer werk ik als trainer-coach met de z.g. organisatieopstellingen: ik laat dan iemand vertellen over een probleem op zijn werk en vraag mensen een plek in de ruimte in te nemen waarbij ze hun baas, een collega,een medewerker of een klant vertegenwoordigen. De begeleider vraagt naar de gevoelens en ervaringen die de opgestelde representanten gewaar worden. Het is telkens weer spannend en boeiend te ervaren dat zo’n opstelling ontbrekende schakels uit de probleemstelling laat zien die vervolgens bijdragen aan een oplossing. Naast zo’n organisatieopstelling bestaan er ook familieopstellingen die je samen met een flinke groep, vaak onbekende, mensen uitvoert. En ook zijn de individuele opstellingen in opkomst waarbij een coach of therapeut samen met zijn cliënt een opstelling doet met behulp van bijv. poppetjes op een tafel. In dit artikel wil ik u laten zien welke ervaringen ik heb opgedaan met familie- en individuele opstellingen rondom het thema leven en dood. Ik doe dat aan de hand van enkele oefeningen, een impressie van een opstelling en een stukje theorie over opstellingen. Tot slot vertel ik wat ik zelf van zo’n training opgestoken heb. Leven in het aangezicht van de dood Natuurlijk, het doen van een familieopstelling is één van de vele activiteiten die patiënten (en hun partners) kunnen helpen meer grip te krijgen op de grote en nieuwe vragen waar zij mee worstelen. Ieder zoekt wat steun kan geven en de kwaliteit van leven kan bevorderen; ik doe dat op mijn eigen manier. En ik denk dat het doen van een opstelling iets kan toevoegen aan mijn zoektocht. Via een collega-opsteller kwam ik op het spoor van een tweedaagse training ‘leven in het aangezicht van de dood.’ De Duitse psychotherapeute Ursula Franke was de begeleider. Zij werkt met een mix van familieopstellingen en individuele opstellingen. Ik had haar vertaalde boek ‘Als ik mijn ogen sluit, kan ik je zien’ gelezen en haar als een zorgvuldige en geïnspireerde auteur ontdekt die in dit boek vooral individuele opstellingen beschrijft. Ik was heel benieuwd naar haar werkstijl, aanpak en het achterliggende gedachtegoed dat zij gebruikt; ik besloot dit weekend bij te wonen, want leven in het aangezicht van de dood was ook een van mijn thema’s binnen mijn eigen zoektocht. Na een kennismakingsronde begonnen we met een korte oefening van 10 minuten. Eerste oefening Stel iemand tegenover jezelf op als jezelf. Jij staat daar en je kijkt naar jezelf tegenover je. Sta zelf tegenover jezelf als de Dood. Zie, ervaar, wat er zich afspeelt, bij jezelf en tussen jullie.. Doe dat 3 minuten. Vertel wat er gebeurd is, wat het je doet. Daarna wissel je van rol. Na afloop bespreek je wat je relevant vindt. Ik sta tegenover een man met een vriendelijk gezicht. Is dat de Dood? Dat is de Dood. Aanvankelijk haal ik moeizaam adem, daarna wordt mijn ademhaling rustiger en dieper. Mijn spieren ontspannen zich, ik zet mijn benen wat uit elkaar en steviger op de grond. Nu pas durf 2 ik de Dood tegenover mij echt in de ogen te kijken. Hij kijkt met een glimlach terug. De Dood is niet alleen confronterend maar kan ook een maatje zijn, schiet het door mijn hoofd. Ik glimlach terug en kan nog een uur zo blijven staan. Mijn maatje vertelt dat hij mij daar zo alleen vond staan dat hij contact met mij wilde. En met de glimlach was dat contact er: ik was niet meer alleen. Ik heb de hele dag nagenoten van deze kleine oefening; de dag kan niet meer stuk. Dit gevoel kan niemand meer van me afpakken! Zoeken wat werkt Eerst nog even wat informatie over familieopstellingen om beter te begrijpen wat er in zo’n opstelling gebeurt en wat er mee te bereiken valt. Het is de Duitser Bert Hellinger geweest die het werken met familieopstellingen gedurende de afgelopen 40 jaar ontwikkeld heeft op basis van allerlei praktijktheorieën die zich al eerder met opstellingen bezig hielden. Als psychotherapeut en filosoof baseert Hellinger zich vooral op datgene wat hij waarneemt bij de ander(en). Deze vorm van observeren is afkomstig uit de de fenomenologie, een filosofische stroming waar Merleau Ponty een van de grondleggers van is. De wijze waarop zij wetenschap beoefenden was het verzamelen en vergelijken van waarnemingen van het menselijk gedrag en deze vertalen naar algemene waarheden. Een echte praktijktheorie kwam daaruit voort; het bewijs werd door ervaringen verworven. Daarnaast heeft een aantal psychologen en psychiaters Hellingers denken beïnvloed: natuurlijk Freud en Jung, maar vanuit de Amerikaanse humanistische traditie ook mensen als Moreno, Satir en Boszormenyi Nagy. Hun grote ontdekking hield kort gezegd in dat zij het ‘systeem’ waarin de mens leeft en werkt een plaats gaven rondom het (familie-)probleem. Bij een moeilijk opvoedbaar kind werd gekeken naar de rol van de ouders, broers en zussen, opa’s en oma’s, de school, de voetbalclub enz. Bij iemand met bijvoorbeeld een depressie werd gekeken naar de rol van de partner, ouders, kinderen, familieleden en werk/kerk/politiek. Het probleem werd omschreven als het individu overstijgend en de oplossing voor het probleem werd gezocht in de inschakeling van sterke krachten rondom de probleeminbrenger. Hellinger heeft op basis van al deze bestaande theorieën en werkwijzen een eigen ‘praktijktheorie’ uitgewerkt die gebaseerd is op het familiesysteem en de krachten die daarin zichtbaar worden. Hij heeft talloze opstellers opgeleid over de hele wereld, ook in Nederland, en veel gepubliceerd over zijn werkwijze. Hieronder een voorbeeld van het werken met het systeem van een client en de krachten die bij een opstelling spelen. Een opstelling in de praktijk Mevrouw X stelt zich voor als iemand met veel vragen die ze onderzoeken wil gedurende deze twee dagen en die een grote rol spelen in haar dagelijkse bestaan. Ze is midden vijftig en oogt kwetsbaar met haar zachte stem en haar smalle figuur. Ze heeft borstkanker met uitzaaiingen en weet niet hoe lang ze nog te leven heeft. Ze woont alleen en wordt thuis geregeld geconfronteerd met het feit dat haar vader overleden is en dat ze hem erg mist. Ze heeft nooit echt afscheid van hem genomen en dat zit haar dwars. Daarmee wil ze in deze opstelling in het reine komen. De begeleider laat haar een fotolijstje indenken met het portret van haar vader. Dat wordt een zwart-wit portretje: haar vader is een wat strenge rechtvaardige man, erg godsdienstig. Hij heeft zijn leven hard gewerkt voor een karig pensioentje. Veel tijd voor de kinderen had hij eigenlijk niet. De begeleidster vraagt haar het portret uit te breiden. -Maak er eens een familiefoto van. 3 -Dan komt mijn moeder naast mijn vader te staan, of nee, te zitten, ik moet denken aan de dag dat ze 40 jaar getrouwd waren. Ik stond er met broer en zus en haar twee kinderen omheen. Geen grote familie, maar wel erg hecht. Vader en moeder zaten hand in hand, weet ik nog.

-Wat zegt je vader tegen je?

-Hij kijkt met een twinkeling in zijn ogen naar me. Hij zegt: jij bent mijn oogappel. -Stel de leden van de familie maar eens in de zaal op.

Mevrouw X kiest representanten uit die in de rol van vader, moeder, kinderen en kleinkinderen door haar worden opgesteld, als een levende familiefoto. Wij omstanders kijken er met plezier naar; de begeleidster brengt mevrouw X naar de plaats van de vrouw die representant was voor mevrouw X.

-Wat voel je nu? vraagt Ursula.

-Ik voel me hierbij horen, een fijne familie. Maar ik zou dichter bij mijn vader willen staan en contact met hem willen hebben.

-Zoek je plekje, nodigt de begeleidster uit.

Uiteindelijk gaat mevrouw X tussen de benen zitten van haar vader, met haar handen op zijn voeten. Ze nestelt zich tegen hem aan. Ze kijkt nu blij.

-Is de opstelling compleet of mis je nog iets? vraagt de begeleidster.

-Tja…ik mis nog iemand. Ik mis mijn ex. Hij hoort er ook bij.

De begeleidster laat de ex opstellen. De familie wordt onmiddellijk onrustig; ze verplaatsen zich en enkelen wenden zich van hem af. De ex staat niet op de juiste plaats of hoort er helemaal niet bij, lijkt het wel.

-Zoek een nieuwe plek voor je ex, zegt de begeleider, en zoek net zo lang tot het weer rustig is in je familie, zodat ik een familiefoto kan nemen.

Het wordt pas rustig in de opstelling als de ex terug op zijn stoel in de kring zit.

-Hij hoort er niet meer bij, zegt mevrouw X, ik weet het wel, maar ik verlang er zo naar dat hij er nog bij is. Maar het kan niet meer, we zijn al zo lang gescheiden. Ik moet nu echt afscheid van hem nemen.

Mevrouw X neemt met hulp van Ursula afscheid van haar ex en kan zich opnieuw in de schoot van haar familie nestelen. Met een diepe zucht zoekt ze de hand van haar vader en zegt: zo is het goed. Ik neem afscheid van jou, vader. We hebben het fijn gehad samen en ik accepteer nu dat je dood bent. Misschien ben ik al gauw weer bij je.

Wat gebeurt er toch tijdens zo’n opstelling? Vreemde mensen nemen de plaats in van jezelf, van je ouders en broers en zusters; ze praten over gevoelens en emoties, zeggen dingen die voor degene die de vraag ingebracht heeft betekenis hebben. De representanten weten niets van de inbrenger, maar toch reageren ze fysiek op wat er zich in dat ‘wetende veld’ afspeelt, door te bewegen, door bewust te voelen en te verwoorden wat zich afspeelt. Dat wetende veld is een soort open ruimte waarbinnen het systeem tot leven komt en gaat bewegen, praten, huilen, lachen, zitten of liggen. Voor de buitenstaander onbegrijpelijk, voor de representant maar al te invoelbaar. En voor de inbrenger van de vraag levert het vaak een inzicht op, een bevestiging of een afronding en soms een hele directe oplossing. Alsof je als inbrenger een aspect van je eigen leven en geschiedenis nog nooit gezien hebt (of vergeten bent). Daarom is het werken met opstellingen ervaringskennis: er valt niets te bewijzen. Het is niet rationeel verklaarbaar wat er gebeurt. Het enige wat als bewijs dient is dat ik na twee dagen opstellingen doen en observeren de absolute overtuiging heb dat het werkt en resultaten geeft. Misschien niet altijd en overal, niet altijd in even hevige mate, maar toch: een inzicht kan ook na een week of veertien dagen plotseling daar zijn en je de oplossing bieden voor je probleem. En dat vind ik zelf het belangrijkste van zo’n opstelling. In mijn ervaring heb je met gesprekken voor een zelfde resultaat veel meer tijd nodig.

Tot slot onze afrondende oefening na twee dagen intensief werken. Stel je in tweetallen op en beeld je in dat je tegenover je dood staat en dat het voor jezelf vijf jaar na je dood is. Je hebt drie minuten de tijd, daarna van rol wisselen en na afloop ervaringen bespreken.

-Hoe is het vijf jaar na je dood?

-Wat kun je doen om gelukkig te sterven?

Ik sta tegenover een vrouw die aanvankelijk nors van mij wegkijkt. Ik wil dat maatjesgevoel van vanochtend terug, merk ik. Ik nodig haar –zonder woorden- uit om contact met mij te maken; ik doe een paar stappen om door haar echt gezien te worden. Kijk naar mij als een engeltje, met witte vleugels en een prachtig wit kleedje aan. Kijk naar mij! Dat doen we op een geven ogenblik en we barsten allebei in lachen uit. Nerveus, beschaamd, angstig? Nee, gewoon lachen zonder daar een oordeel over te hebben, van goed of slecht, dat kan ook. En het is heel bevrijdend om lol te hebben met je eigen dood. Ursula Franke, onze begeleidster, benadrukt dat het belangrijk is ons te realiseren dat wij als deel van een systeem nooit alleen zijn, altijd bij andere mensen horen en bij al onze voorouders. Je sterft niet alleen, wil ze maar zeggen. Er verdwijnt een deel van je, maar niet alles. Je leeft voort in de herinnering van anderen. Wat een ontspannen leven, een goede relatie en een waardig sterven in de weg staat zijn opgeslagen patronen en vastgeroeste herinneringen. Misschien vanzelfsprekende uitspraken, maar tijdens dit weekend krijgen haar uitspraken betekenis. Een flink aantal vragen kwam aan de orde tijdens deze training. Om goed te sterven is een tevredenheid over je leven van groot belang. Steeds meer vragen die de deelnemers stelden gingen dan ook meer over het leven en een goede balans in je leven dan over de dood:

-er zit iets tussen mij en de dood…ik weet niet wat, maar ik kan er niet met mijn gezin over praten

-sinds ik kinderen heb, ben ik bang voor alles…doodsbang dat ze iets zal gebeuren. -hoe krijg ik contact met mijn kinderen over mijn ziekte?

-ik raak steeds meer in mezelf opgesloten: hoe breek ik uit?

-ons kind is dood geboren en wij zijn daarna gescheiden. Ik kom niet over dit verlies heen.

-sinds mijn vrouw ziek is, ben ik mezelf niet meer

Betekenis geven aan dood en leven Betekenis geven is misschien een mooie uitdrukking voor de rode draad van dit weekend. Betekenis geven aan mijn eigen bestaan, aan mijn eigen vragen en onzekerheden. Mijn eigen zoektocht die weer verder gaat. Hoe? Niet alles hoeft gepland te worden, er komen gewoon dingen op mijn weg, zoals die tip van mijn collega om naar deze cursus over leven en dood te gaan. Ik ben in een andere relatie tot sterven komen te staan, ben ik me bewust. Ook nu, tijdens het schrijven van dit artikel is de zwaarte van de Dood met een hoofdletter, voelt het lichter en acceptabeler. Ik heb goede inzichten en tips gekregen bij het opstellen van mijn eigen vragen met betrekking tot mijn zoektocht in dit leven. Dat is grote winst. In dit artikel heb ik de praktijktheorie van het systemisch werken met opstellingen slechts voor een zeer klein deel gepresenteerd. Ook zijn de gebruikte voorbeelden in feite korte samenvattingen van veel uitgebreidere en intensievere sessies. Er gaat veel verloren door er 5 alleen maar over te schrijven. Ga het maar eens doen, zo’n familieopstelling, maar dan wel bij een erkend instituut of therapeut! Leven in het aangezicht van de dood is een thema om voor te vluchten en het praten erover uit te stellen tot…ja, tot wanneer eigenlijk? Tot het te laat is? Ga er maar aan staan! Dan is het zo heerlijk te ontdekken dat de dood ook een maatje kan worden en dat je samen hartelijk kunt lachen.

Literatuur

-Ursula Franke (2010-2). Als ik mijn ogen sluit kan ik je zien. Opstellingen in de verbeelding en in individuele therapie. Het Noorderlicht, Groningen.

-Bert Hellinger (2002-5). De verborgen dynamiek van familiebanden. Altamira-Becht, Bloemendaal.

– Jeroen Hendriksen en Anja Brasser (2013). Individuele opstellingen en coaching. Boom/Nelissen, Amsterdam .